Capaciteit thuisbatterij berekenen: hoeveel kWh en hoeveel kW?

Sinds 1 april 2026 krijg je in Vlaanderen geen vergoeding meer voor een negatief saldo en wordt dat saldo ook niet meer overgezet naar een volgende periode. Daarmee is de rekenregel achter de capaciteit van een thuisbatterij veranderd: overdimensioneren om te injecteren levert niets meer op, en alles draait rond wat je zelf verbruikt. Tegelijk rekent het capaciteitstarief op je hoogste kwartierafname, waardoor het vermogen in kilowatt soms zwaarder weegt dan de capaciteit in kilowattuur. Op deze pagina scheiden we die twee getallen, reken je met je eigen nachtverbruik en vind je drie tabellen om je maat te bepalen.

  • 100% gratis en vrijblijvend
  • Snel en eenvoudig aangevraagd
  • Jij vergelijkt en beslist zelf

Vraag gratis offertes aan

Capaciteit van een thuisbatterij berekenen in kWh voor een woning

Wat is het verschil tussen kWh en kW bij een thuisbatterij?

Op elk datablad van een thuisbatterij staan minstens twee getallen, en ze meten iets volkomen anders. De capaciteit in kilowattuur beschrijft de inhoud: hoeveel energie past erin. Het vermogen in kilowatt beschrijft het debiet: hoeveel energie kan er per uur in of uit. Een emmer van tien liter met een tuinslang erin en dezelfde emmer met een brandslang erin hebben dezelfde inhoud, maar gedragen zich totaal anders zodra je haast hebt.

Dat onderscheid is in Vlaanderen geen theorie. De hoeveelheid kilowattuur bepaalt hoeveel avonduren je kunt overbruggen met zonnestroom van diezelfde dag. Het aantal kilowatt bepaalt of je batterij een kookvuur, een warmtepomp en een laadpaal tegelijk kan opvangen op het moment dat je kwartierpiek gemeten wordt. De eerste vraag gaat over je energiefactuur in kilowattuur, de tweede over je nettarief. Twee verschillende rekeningen, twee verschillende maten.

Verschil tussen capaciteit in kWh en vermogen in kW bij een thuisbatterij
De capaciteit in kilowattuur zegt hoeveel er in de batterij past, het vermogen in kilowatt zegt hoe snel het erin of eruit kan.

Waarom fabrikanten twee getallen op het typeplaatje zetten

Een batterijmodule en de omvormer die haar aanstuurt zijn twee aparte componenten, ook wanneer ze in een gemeenschappelijke kast zitten. De cellen bepalen de capaciteit, de vermogenselektronica bepaalt het laad- en ontlaadvermogen. Fabrikanten combineren die vrij: dezelfde batterij van 10 kilowattuur bestaat met een omvormer van 3 kilowatt en met een omvormer van 5 kilowatt, en dat is een prijsverschil zonder verschil in opslag.

Let bij het lezen van een offerte ook op het verschil tussen continu vermogen en piekvermogen. Het continue getal is wat het toestel de hele avond volhoudt, het piekgetal geldt vaak maar enkele seconden en dient om motoren te laten aanslaan. Voor het afvlakken van een kwartierpiek telt alleen het continue vermogen, want een kwartier is te lang om met een piekwaarde te overbruggen.

Wanneer het vermogen belangrijker is dan de capaciteit

Er zijn drie situaties waarin je beter meer kilowatt koopt dan meer kilowattuur. De eerste is een huishouden met een gemiddelde maandpiek boven de vier kilowatt, want daar zit rechtstreeks geld op via het capaciteitstarief. De tweede is een woning met een warmtepomp die in koude weken samenvalt met koken en wassen. De derde is een gezin dat thuis laadt en de laadsessie niet altijd kan uitstellen tot na middernacht.

Omgekeerd heeft extra vermogen geen zin bij wie al onder de ondergrens van 2,5 kilowatt zit, of bij wie geen enkele grote gelijktijdige verbruiker heeft. In dat geval koop je een duurdere omvormer die precies hetzelfde doet als de goedkopere. Hoe die piekmeting werkt en wat ze kost, staat volledig uitgelegd bij de kwartierpiek en wat ze op je nettarief kost.

Hoeveel kWh thuisbatterij heb je nodig?

De bruikbare capaciteit die je nodig hebt, is de kleinste van twee getallen: wat je dagelijks overhoudt aan zonnestroom, en wat je dagelijks verbruikt buiten de zonuren. Wie het grootste van de twee neemt, koopt structureel te veel. De tabel hieronder vertrekt van het jaarverbruik en werkt door naar een richtwaarde in kilowattuur en in kilowatt, voor een woning met zonnepanelen en zonder dynamisch contract.

ProfielJaarverbruikVerbruik buiten de zonurenZonne-installatieRichtcapaciteit nominaalRichtvermogen
Alleenwonend of koppel, appartementongeveer 2.000 kWhongeveer 3 kWh per etmaal2 tot 3 kWp4 tot 5 kWh2,5 tot 3 kW
Gezin zonder warmtepomp of wagenongeveer 3.500 kWh5 tot 6 kWh per etmaal4 tot 5 kWp6 tot 8 kWh3 tot 4 kW
Groot gezin, elektrisch kokenongeveer 5.000 kWh7 tot 8 kWh per etmaal5 tot 6 kWp9 tot 11 kWh4 tot 5 kW
Woning met warmtepompongeveer 7.500 kWh11 tot 13 kWh per etmaal7 tot 9 kWp13 tot 16 kWh5 tot 7 kW
Warmtepomp en wagen aan huis9.000 kWh of meer14 kWh of meer per etmaal9 kWp of meer15 tot 20 kWh7 tot 10 kW

Lees de laatste rij met voorbehoud. Een elektrische wagen verbruikt per volle laadbeurt meer dan de grootste thuisbatterij in de tabel kan bevatten, dus opslag lost dat verbruik niet op. Wat wel werkt, is laden verschuiven naar het middaguur en het laadvermogen begrenzen. Hoe je dat aanpakt, staat bij thuis een elektrische wagen laden.

De vuistregel op basis van je zonnepanelen

De bekendste vuistregel rekent 1 tot 1,5 kilowattuur batterij per kilowattpiek panelen. Bij 5 kWp kom je dan uit op 5 tot 7,5 kilowattuur. De regel is populair omdat ze snel is, maar ze veronderstelt dat je overschot en je avondverbruik ongeveer even groot zijn. Bij een huishouden dat overdag thuis is en veel direct verbruikt, is het overschot kleiner en valt de uitkomst te hoog uit.

Gebruik de regel dus als bovengrens en niet als antwoord. Ze is nuttig wanneer je nog geen meetdata hebt, bijvoorbeeld omdat je installatie er pas net ligt. Zodra je een volledig jaar meetwaarden hebt, vervangt je eigen profiel de vuistregel volledig. Hoeveel je installatie effectief produceert, kun je nalezen bij de jaaropbrengst van een installatie in Vlaanderen, en de omvang van het dak zelf bij het aantal kilowattpiek dat bij je verbruik past.

De rekenmethode op basis van je nachtverbruik

De tweede methode is nauwkeuriger en vertrekt van wat je verbruikt wanneer de panelen niets opwekken. Neem je jaarverbruik, deel door 365 en je krijgt je gemiddelde etmaalverbruik. Schat daarna welk deel daarvan buiten de zonuren valt: voor een gezin dat overdag werkt, ligt dat vaak tussen 55 en 70 procent, voor wie thuiswerkt eerder tussen 40 en 55 procent.

Een gezin met 3.500 kilowattuur per jaar zit op 9,6 kilowattuur per etmaal. Valt daarvan 60 procent buiten de zonuren, dan gaat het om 5,8 kilowattuur per nacht. Dat is de bruikbare capaciteit die je zoekt, en niet het getal op het typeplaatje. Reken vervolgens terug naar nominale capaciteit met de verliezen uit de volgende tabellen, en je komt bij dat gezin uit rond 7 kilowattuur nominaal.

Begin bij wat een Vlaams gezin werkelijk verbruikt

Vuistregels over capaciteit vertrekken vaak van een jaarverbruik dat niemand herkent. De netbeheerder meet het echte cijfer. In het jaarverslag van Fluvius over 2025 staat het gemiddelde dagverbruik per aansluiting: 7,37 kilowattuur voor een gezin zonder zonnepanelen en 9,22 kilowattuur voor een gezin met zonnepanelen. Dat tweede getal is het startpunt voor wie opslag overweegt, want een batterij dient in de eerste plaats om je eigen productie later op de dag te gebruiken.

Het is een vertrekpunt en geen antwoord. Een deel van je verbruik valt overdag en loopt rechtstreeks op de panelen, dus alleen de schijf die je naar de avond en de nacht verschuift, hoeft door de batterij. De methode hieronder werkt dat uit voor jouw eigen profiel. Houd het gemeten gemiddelde er wel naast tijdens dat rekenwerk: wie uitkomt op een capaciteit die een veelvoud is van 9,22 kilowattuur per dag, rekent met een huishouden dat in Vlaanderen zeldzaam is.

Wat veranderde er op 1 april 2026 aan de dimensionering?

Tot en met 31 maart 2026 kon een negatief saldo op je afrekening nog worden vergoed of overgezet naar een volgende periode. Sinds 1 april 2026 gebeurt geen van beide nog. Wie meer op het net zet dan hij afneemt, houdt daar niets aan over. Dat lijkt een detail voor de facturatie, maar het verandert de logica achter elke capaciteitsberekening van kop tot staart.

Onder de oude regels bestond er een argument om ruimer te gaan: energie die je niet zelf verbruikte, ging naar het net en behield een restwaarde. Dat argument is weg. Vandaag geldt: elke kilowattuur die je batterij opslaat en die je daarna zelf verbruikt, is het volle verschil waard tussen je afnameprijs en je injectievergoeding. Elke kilowattuur capaciteit die je nooit vult of nooit leegmaakt, is waardeloos. De opbrengst zit volledig in de omloop, niet in de omvang.

De cijfers van de Vlaamse Nutsregulator bevestigen die verhouding. Een doorsnee gezin bespaarde in 2025 gemiddeld 469 euro door zelfverbruik en ontving 107 euro aan injectie-inkomsten. Zelfverbruik was dus ruim vier keer meer waard, en dat was nog voor de wijziging van april 2026. Wat er vandaag nog tegenover injectie staat, lees je bij wat je nog krijgt voor stroom die je op het net zet.

Praktisch betekent dit dat je de vraag omdraait. Niet meer: hoeveel overschot heb ik, en hoeveel daarvan kan ik bergen. Wel: hoeveel verbruik ik na zonsondergang, en welke capaciteit heb ik nodig om dat te dekken. De eerste vraag geeft steevast een groter getal dan de tweede, en dat verschil is precies de capaciteit die niet rendeert. Meer achtergrond over de investering zelf staat bij opslag thuis en wanneer ze rendeert.

Hoeveel vermogen in kW heb je nodig voor je kwartierpiek?

Naast je energiefactuur betaal je in Vlaanderen een nettarief dat gedeeltelijk op je hoogste kwartierafname rekent. Concreet wordt per maand je zwaarste kwartier genomen, en over twaalf maanden wordt daar een gemiddelde van gemaakt. Een batterij kan die pieken afvlakken door precies op dat moment vermogen te leveren, waardoor het net minder ziet. Dat heet peak shaving, en het gaat over kilowatt, niet over kilowattuur.

Verlaging gemiddelde maandpiekBesparing per jaar bij 51,99 euro per kWBesparing per jaar bij 60,53 euro per kWOpmerking
1 kWongeveer 52 euroongeveer 61 eurohaalbaar met een omvormer vanaf 3 kW
2 kWongeveer 104 euroongeveer 121 eurovraagt sturing op kwartierbasis
3 kWongeveer 156 euroongeveer 182 euroalleen zinvol bij een hoge beginpiek
4 kWongeveer 208 euroongeveer 242 eurovraagt een omvormer van 5 kW of meer
Onder 2,5 kW gemiddelde maandpiek0 euro0 euroelke maand telt voor minstens 2,5 kW

De bedragen zijn de tariefvork van de tariefbladen van de Vlaamse Nutsregulator voor 2026 vermenigvuldigd met de verlaging, en het verschil tussen de twee kolommen is het verschil tussen netgebieden. Exclusief btw gaat het om 49,05 tot 57,10 euro per kilowatt per jaar. De laatste rij is de belangrijkste van de hele tabel: onder een gemiddelde maandpiek van 2,5 kilowatt levert verder afvlakken niets meer op, want dat is de ondergrens waarmee gerekend wordt.

Merk op wat dat betekent voor je keuze. Een gezin dat van 5 naar 3 kilowatt gaat, verdient de meerprijs van een zwaardere omvormer relatief snel terug. Een gezin dat al op 2,7 kilowatt zit, kan hoogstens 0,2 kilowatt winnen en koopt met extra vermogen een besparing van enkele euro's per jaar. Voor die tweede groep is elke euro beter besteed aan bruikbare capaciteit dan aan kilowatt.

Waarom een batterij niet automatisch je piek verlaagt

Een batterij vlakt alleen af als de sturing het expliciet doet. Veel systemen zijn ingesteld op maximaal zelfverbruik: ze ontladen zodra er afname is en zijn tegen de avondpiek vaak al leeg. Peak shaving vraagt dat de sturing capaciteit reserveert voor het zwaarste kwartier van de maand, ook wanneer dat betekent dat er overdag minder wordt ontladen. Vraag daarom expliciet of de omvormer die functie heeft en of ze actief staat.

Er is nog een reden waarom de praktijk tegenvalt: in december en januari staat je batterij vaak leeg op het moment dat je piek gemeten wordt, precies omdat de zon dan weinig levert. Wie enkel voor peak shaving koopt, moet de batterij dus ook van het net kunnen laden buiten de piekuren. Dat is een instelling, geen eigenschap van de hardware.

Hoeveel van de nominale kWh kan je echt gebruiken?

Het getal in de productnaam is bijna nooit het getal dat bij je thuis aankomt. Drie zaken halen er iets af. De ontlaaddiepte bepaalt welk deel van de cellen effectief gebruikt mag worden, het retourrendement bepaalt hoeveel er verloren gaat bij het in- en uitladen, en een noodstroomreserve houdt permanent een deel achter voor stroomuitval. Samen kost dat makkelijk een kwart van het getal op de doos.

Nominale capaciteitBij 90 procent ontlaaddiepteNa 90 procent retourrendementMet 10 procent noodstroomreserve
5 kWh4,5 kWhongeveer 4,1 kWhongeveer 3,6 kWh
7 kWh6,3 kWhongeveer 5,7 kWhongeveer 5,0 kWh
10 kWh9,0 kWhongeveer 8,1 kWhongeveer 7,2 kWh
15 kWh13,5 kWhongeveer 12,2 kWhongeveer 10,8 kWh
20 kWh18,0 kWhongeveer 16,2 kWhongeveer 14,4 kWh

De tabel is een rekenvoorbeeld met vaste aannames: 90 procent bruikbare ontlaaddiepte, 90 procent retourrendement over de volledige keten en 10 procent van de nominale capaciteit gereserveerd voor noodstroom. Die drie waarden verschillen per fabrikant en per instelling, dus vul ze in met de cijfers uit je eigen offerte. Wie geen noodstroomfunctie neemt, mag de laatste kolom overslaan.

De praktische les is eenvoudig. Een gezin dat 5,8 kilowattuur per nacht verbruikt, heeft geen batterij van 6 kilowattuur nodig maar van ongeveer 7 kilowattuur nominaal, en zelfs 8 als er noodstroom bij komt. Omgekeerd betekent het ook dat een aanbod van 10 kilowattuur voor dat gezin al ruim bemeten is. Vraag daarom in elke offerte om de bruikbare capaciteit, uitgedrukt in kilowattuur die effectief aan de woning geleverd wordt.

Waarom de batterij in de zomer nooit vol raakt en in de winter nooit leeg

Een batterij verplaatst uren, geen seizoenen. In juni is je overschot zo groot dat zelfs een ruime batterij tegen de middag al vol staat en de rest naar het net gaat. In december is het overschot zo klein dat je batterij zelden meer dan een derde vult. Het aantal volledige cycli per jaar ligt daardoor in Vlaanderen doorgaans lager dan het aantal dagen, en dat is precies waarom overdimensioneren dubbel pijn doet.

Wie dat effect wil verzachten, kijkt beter naar het verbruik dan naar de opslag. Een vaatwasser die om twee uur 's middags draait en een boiler die op het overschot verwarmt, doen hetzelfde werk als een batterij zonder investering. Voor woningen met een elektrische warmtepomp als hoofdverwarming ligt daar vaak meer winst dan in een extra module opslag.

Hoe meet je je eigen profiel via Mijn Fluvius?

Een dimensionering op basis van vuistregels is een schatting, een dimensionering op basis van je eigen meetwaarden is een berekening. Via Mijn Fluvius kun je de kwartierdata van de voorbije twaalf maanden downloaden. Daar staat per kwartier hoeveel je afnam en hoeveel je injecteerde, en dat is alles wat je nodig hebt om zowel je capaciteit als je vermogen te bepalen.

Nachtverbruik van een gezin als basis voor de capaciteit van een thuisbatterij
Het verbruik tussen zonsondergang en de volgende ochtend is de bovengrens van wat een batterij per etmaal kan verplaatsen.

Wat je uit twaalf maanden kwartierdata haalt

Zoek in het bestand drie dingen. Ten eerste je hoogste kwartierafname per maand, want dat zijn de twaalf waarden waarvan het gemiddelde je capaciteitstarief bepaalt. Ten tweede de som van je afname tussen ongeveer 18 uur en 8 uur, per dag, want dat is je werkelijke nachtverbruik. Ten derde je injectie per dag in de maanden maart tot september, want dat is het overschot dat een batterij zou kunnen opvangen.

Zet die drie reeksen naast elkaar en de maat volgt vanzelf. De mediaan van je nachtverbruik geeft de bruikbare capaciteit die je minstens negentig dagen per jaar volledig benut. De mediaan van je zomerinjectie geeft de bovengrens van wat er te bergen valt. Ligt die tweede waarde lager dan de eerste, dan is niet je batterij te klein maar je installatie, en dan is uitbreiden op het dak de goedkopere zet. Hoe die meting technisch werkt, staat bij de digitale meter en wat hij registreert.

Wanneer is een grotere batterij verspilling?

Een batterij veroudert op twee manieren: door gebruik en door tijd. De eerste vorm hangt af van het aantal cycli, de tweede loopt door ongeacht wat je doet. Capaciteit die je zelden vult, ondergaat wel de tweede vorm maar levert nooit de opbrengst van de eerste. Dat is de kern van waarom overdimensioneren in Vlaanderen structureel duurder uitvalt dan het lijkt.

Er zijn vier duidelijke signalen dat een offerte te groot bemeten is. Het voorstel is groter dan je nachtverbruik maal 1,3. Het voorstel steunt op injectie-inkomsten die sinds 1 april 2026 niet meer bestaan. Het voorstel rekent met een cyclus per dag, ook in november en december. Of het voorstel telt de bruikbare capaciteit gelijk aan de nominale capaciteit. Elk van die vier maakt de terugverdientijd op papier korter dan ze in werkelijkheid is.

Wat een garantie van tien jaar of 6.000 cycli betekent

Fabrikanten schrijven hun garantie meestal als een periode of een aantal cycli, wat het eerst bereikt is. Op papier klinkt 6.000 cycli indrukwekkend. Reken het even door: bij een volledige cyclus per dag kom je in tien jaar aan ongeveer 3.650 cycli, en in Vlaanderen haal je die dagelijkse volle cyclus niet eens, want de wintermaanden leveren te weinig overschot.

Een garantie van tien jaar of 6.000 cycli is dus in de praktijk gewoon een garantie van tien jaar. Het cyclusgetal bindt niet en is vooral een verkoopargument. Wat wel telt, is het restcapaciteitspercentage dat op het einde van de garantieperiode gewaarborgd wordt, en of de garantie op de module slaat of ook op de omvormer en de arbeid. Vraag die drie punten schriftelijk.

Wat levert een extra kilowattuur capaciteit per jaar op?

Er bestaat in 2026 geen Vlaamse premie meer voor een thuisbatterij: het loket sloot op 1 december 2024. Het verlaagde btw-tarief van 6 procent blijft wel gelden bij een woning van minstens tien jaar oud. De investering moet zichzelf dus volledig terugverdienen via het prijsverschil tussen afnemen en injecteren, en dat maakt de rekensom gelukkig eenvoudig.

De opbrengst per bruikbare kilowattuur per jaar is het aantal volledige cycli maal het prijsverschil. Reken je met 180 tot 250 volledige cycli per jaar, een all-in afnameprijs van 0,35 euro per kilowattuur en een injectievergoeding van 0,04 euro per kilowattuur, dan levert elke bruikbare kilowattuur ongeveer 56 tot 78 euro per jaar op. Dat zijn de aannames, en ze zijn expliciet: verander er een en het resultaat schuift mee.

Voor het gezin uit de rekenvoorbeelden hierboven, met 5,7 bruikbare kilowattuur, komt dat neer op ongeveer 319 tot 442 euro per jaar. Deel je eigen offertebedrag inclusief btw door dat getal en je hebt een terugverdientijd die op jouw cijfers steunt in plaats van op die van de verkoper. Tel er de besparing op je capaciteitstarief bij als je effectief pieken afvlakt, en trek er de omvormervervanging af die je binnen de looptijd verwacht.

Let bij het vergelijken op de prijs per bruikbare kilowattuur en niet op de totaalprijs, want dat is de enige manier om twee ongelijke offertes naast elkaar te leggen. Welke steun er in Vlaanderen nog overblijft voor andere ingrepen, staat bij het overzicht van de premies die in 2026 nog bestaan, en specifiek voor opslag bij de steunmaatregelen voor stroomopslag.

In welke volgorde bepaal je je capaciteit?

De meeste verkeerde maten komen niet voort uit rekenfouten maar uit een verkeerde volgorde. Wie begint bij een productnaam van 10 kilowattuur, redeneert daarna naar dat getal toe. De volgorde hieronder loopt van wat vastligt naar wat je vrij kiest, zodat het getal aan het einde uit je eigen situatie volgt en niet uit een catalogus.

  1. Haal eerst je meetdata op. Twaalf maanden kwartierwaarden uit Mijn Fluvius geven je nachtverbruik, je zomeroverschot en je twaalf maandpieken. Zonder die drie reeksen reken je met vuistregels in plaats van met feiten.
  2. Bepaal je nachtverbruik als bruikbare capaciteit. Neem de mediaan, niet het maximum. Dimensioneren op de zwaarste nacht van het jaar levert een batterij die elf maanden te groot is.
  3. Toets aan je zomeroverschot. Ligt je overschot lager dan je nachtverbruik, dan is uitbreiden op het dak goedkoper dan opslag bijkopen.
  4. Reken terug naar nominale capaciteit. Corrigeer voor ontlaaddiepte, retourrendement en een eventuele noodstroomreserve met de cijfers uit de offerte.
  5. Bepaal apart je vermogen in kilowatt. Kijk naar je gemiddelde maandpiek en naar de ondergrens van 2,5 kilowatt. Onder die grens koop je met extra vermogen niets.
  6. Controleer de sturing. Vraag of de omvormer op kwartierbasis kan afvlakken, of hij van het net kan laden, en of noodstroom apart bekabeld moet worden.
  7. Vergelijk per bruikbare kilowattuur. Reken elke offerte om naar euro per bruikbare kilowattuur inclusief btw, inclusief plaatsing en keuring.
  8. Bekijk pas daarna je contract. Een dynamisch of variabel tarief verandert wat een cyclus waard is. Je tarieven leg je naast elkaar bij het vergelijken van energiecontracten.

Wie die volgorde aanhoudt, merkt dat de vraag naar het merk pas helemaal op het einde opduikt en dan nauwelijks nog gewicht heeft. De maat volgt uit de meetdata, de prijs volgt uit de maat, en het merk is enkel nog een kwestie van garantievoorwaarden en beschikbaarheid van onderdelen. Wie panelen en opslag samen plant, vertrekt best van een zonne-installatie die bij het dak past en voegt de opslag pas toe wanneer er een jaar meetdata ligt.

Veelgestelde vragen

Hoeveel kWh thuisbatterij heb ik nodig?

Reken met het kleinste van twee getallen: je verbruik buiten de zonuren en je zomeroverschot. Voor een gezin met 3.500 kWh per jaar komt dat neer op ongeveer 5 tot 6 kWh bruikbaar, ofwel 6 tot 8 kWh nominaal na correctie voor ontlaaddiepte en rendement. Voor een woning met warmtepomp loopt dat op naar 13 tot 16 kWh nominaal.

Wat is het verschil tussen kWh en kW bij een thuisbatterij?

De capaciteit in kWh zegt hoeveel energie erin past, het vermogen in kW zegt hoe snel die energie erin of eruit kan. De kWh bepalen hoeveel avonduren je overbrugt, de kW bepalen of je je kwartierpiek kunt afvlakken. Het zijn twee losse keuzes: dezelfde batterij bestaat met verschillende omvormervermogens.

Is een thuisbatterij van 5 kWh genoeg?

Voor een alleenwonende of een koppel met een verbruik rond 2.000 kWh per jaar is 5 kWh nominaal doorgaans ruim voldoende, want daar blijft ongeveer 3,6 tot 4,1 kWh van over als bruikbare capaciteit. Voor een gezin met elektrisch koken of een warmtepomp is 5 kWh te klein om de avond en de nacht te overbruggen.

Hoeveel kW vermogen moet mijn thuisbatterij hebben?

Kijk naar je gemiddelde maandpiek in Mijn Fluvius. Zit je boven de 4 kW, dan rendeert een omvormer van 5 kW of meer via het capaciteitstarief. Zit je rond of onder 2,5 kW, dan levert extra vermogen niets op, want elke maand telt voor minstens 2,5 kW. Voor de meeste gezinnen volstaat 3 tot 5 kW.

Hoeveel van de kWh op het typeplaatje kan ik echt gebruiken?

Reken op ongeveer 70 tot 80 procent. Bij 90 procent ontlaaddiepte, 90 procent retourrendement en 10 procent reserve voor noodstroom blijft van 10 kWh nominaal ongeveer 7,2 kWh over die effectief aan de woning geleverd wordt. Vraag in elke offerte expliciet de bruikbare capaciteit op, niet alleen de nominale.

Verandert de juiste capaciteit door de regels van 1 april 2026?

Ja. Sinds 1 april 2026 wordt een negatief saldo niet meer vergoed en ook niet meer overgezet naar een volgende periode. Overdimensioneren om te injecteren heeft daardoor geen enkele opbrengst meer. De juiste maat volgt nu volledig uit je zelfverbruik na zonsondergang en niet meer uit de omvang van je overschot.

Wat betekent een garantie van tien jaar of 6.000 cycli?

In de praktijk betekent het een garantie van tien jaar. Bij een volledige cyclus per dag kom je in tien jaar aan ongeveer 3.650 cycli, en in Vlaanderen haal je die dagelijkse volle cyclus niet eens door de wintermaanden. Het cyclusgetal wordt dus zelden bereikt. Kijk liever naar het gewaarborgde restcapaciteitspercentage.

Is er in 2026 nog een premie voor een thuisbatterij in Vlaanderen?

Nee. Het premieloket voor thuisbatterijen sloot op 1 december 2024 en er kwam geen opvolger. Wat overblijft is het verlaagde btw-tarief van 6 procent bij een woning van minstens tien jaar oud, met plaatsing door een geregistreerde aannemer. De volledige investering moet zich dus terugverdienen via zelfverbruik.

Hoe vind ik mijn eigen kwartierpieken en nachtverbruik terug?

Via Mijn Fluvius kun je de kwartierdata van de voorbije twaalf maanden downloaden. Zoek per maand je hoogste kwartierafname voor je capaciteitstarief, tel je afname tussen ongeveer 18 uur en 8 uur voor je nachtverbruik, en bekijk je injectie van maart tot september voor je overschot. Die drie reeksen bepalen samen je maat.