1. Wat een EPC precies meet, en wat er niet in zit
De meeste misverstanden over dit certificaat komen voort uit een verkeerde verwachting: mensen denken dat een deskundige komt beoordelen hoe goed hun woning is. Dat doet hij niet. Hij verzamelt een strikt afgebakende lijst gebouwkenmerken en voert die in software in, die er via een vaste rekenmethode een getal uit laat rollen. Alles wat buiten die lijst valt, hoe belangrijk het ook is om in een huis te wonen, heeft geen enkele invloed op de score.
De posten die samen de energiescore bepalen
Wat wel meetelt, laat zich terugbrengen tot twee groepen. Eerst de gebouwschil: de isolatie van dak, muren, vloeren en de aansluiting op onverwarmde ruimtes, en het type beglazing en schrijnwerk. Daarna de installaties: hoe de woning verwarmd wordt en met welk rendement, hoe sanitair warm water wordt aangemaakt, hoe er geventileerd wordt, of er gekoeld wordt en of er hernieuwbare energie ter plaatse wordt opgewekt, zoals met een zonneboiler of met zonnepanelen op je dak. Vlaanderen.be vat het samen als informatie over de isolatie, de beglazing, de zuinigheid van de verwarming en de warmwaterinstallatie, aangevuld met aanbevelingen om energie te besparen. Die opsomming is korter dan mensen verwachten, en dat is precies het punt.
Wat bewust buiten beeld blijft: comfort, onderhoud en jouw gedrag
Het rekenmodel gaat uit van een standaardgezin, een standaardbinnentemperatuur en een standaardklimaatjaar. Daardoor krijgen twee identieke woningen dezelfde score, ook als in de ene een koppel woont dat op zestien graden slaapt en in de andere een gezin van vijf met de thermostaat op tweeëntwintig. Om dezelfde reden veranderen je zonwering, je keukenapparaten, je verlichting, je vochtproblemen, je geluidsisolatie en de staat van je elektrische installatie niets aan het getal. Het EPC beoordeelt het gebouw, niet de bewoner en niet de woonkwaliteit. Wie zijn feitelijke factuur wil verlagen, heeft daarnaast een ander spoor nodig: dat begint bij minder energie verbruiken in huis, wat je EPC niet noodzakelijk verandert maar je rekening wel.
| Kenmerk | Weegt mee in de score | Waarom |
|---|---|---|
| Dak-, muur- en vloerisolatie | Ja | Bepaalt rechtstreeks het warmteverlies van de schil |
| Type beglazing en schrijnwerk | Ja | Zit als aparte bouwknoop in de berekening |
| Verwarmingstoestel en rendement | Ja | Bepaalt hoeveel primaire energie je warmtevraag kost |
| Productie van sanitair warm water | Ja | Is een van de vaste energieposten in het model |
| Ventilatie en eventuele koeling | Ja | Vertaalt zich in extra of vermeden energievraag |
| Zonnepanelen of zonneboiler | Ja | Wordt als hernieuwbare opwekking in mindering gebracht |
| Onderhoudsstaat, schilderwerk, afwerking | Nee | Is woonkwaliteit, geen energieprestatie |
| Verbruiksgedrag en gezinsgrootte | Nee | Het model rekent met een standaardgebruik |
| Huishoudtoestellen en verlichting | Nee | Valt buiten de posten van het residentiële EPC |
| Vochtproblemen, geluid, elektriciteitskeuring | Nee | Wordt door andere attesten en keuringen gedekt |
2. Van energiescore naar label: de schaal van A+ tot F
De energiescore is het karakteristieke jaarlijkse primaire energieverbruik van de wooneenheid, gedeeld door de bruikbare vloeroppervlakte. Uit die deling komt een getal in kilowattuur per vierkante meter per jaar, en dat getal valt in een vakje. Het label is dus geen aparte beoordeling maar een vertaling van hetzelfde cijfer, bedoeld om woningen in een advertentie in één oogopslag vergelijkbaar te maken.

| Label | Energiescore | Wat het in de praktijk betekent |
|---|---|---|
| A+ | Kleiner dan of gelijk aan 0 | De woning wekt op jaarbasis minstens evenveel op als ze nodig heeft |
| A | 0 tot 100 | Nieuwbouwniveau of een zeer grondig gerenoveerde woning |
| B | 100 tot 200 | Goed geïsoleerd met een efficiënte warmteopwekking |
| C | 200 tot 300 | Deels gerenoveerd, meestal met achterstand op één bouwdeel |
| D | 300 tot 400 | De ondergrens van de renovatieverplichting |
| E | 400 tot 500 | Valt bij overdracht onder de renovatieverplichting |
| F | Meer dan 500 | Valt bij overdracht onder de renovatieverplichting |
Waarom 299 en 301 kWh/m² een wereld van verschil lijken
Omdat de grenzen hard zijn, kan een verschil van twee kilowattuur per vierkante meter een labelsprong opleveren of kosten. Twee vrijwel identieke woningen kunnen zo als C en als D geadverteerd worden, terwijl hun werkelijke energieprestatie nauwelijks verschilt. Dat werkt twee kanten op. Zit je net boven een grens, dan kan één beperkte ingreep, bijvoorbeeld het isoleren van de leidingen in een onverwarmde kelder, je over de streep duwen. Zit je diep in een categorie, dan verandert diezelfde ingreep niets aan je label en wel iets aan je factuur. De volledige tabel met de betekenis per categorie staat op onze pagina met de volledige waardetabel per label.
Waarom het label van een appartement gemiddeld beter oogt
Een appartement deelt zijn wanden en vaak ook zijn vloer en plafond met verwarmde buren. Alleen de gevel en eventueel het dak grenzen aan de buitenlucht. Een gesloten bebouwing heeft om dezelfde reden een structureel voordeel op een vrijstaande woning met vier koude gevels. Dat betekent niet dat het rekenmodel oneerlijk is, wel dat je het label van een appartement niet zomaar naast dat van een vrijstaande woning mag leggen als maat voor de kwaliteit van de renovatie. Vergelijk binnen hetzelfde bouwtype, of vergelijk de onderliggende bouwdelen.
3. De rol van de energiedeskundige type A
Een EPC voor een woning mag alleen opgemaakt worden door een erkende energiedeskundige type A. Hij is geen keurder die goed- of afkeurt en geen adviseur die aanbevelingen naar eigen inzicht formuleert. Zijn opdracht is nauw omschreven: vaststellen, staven en invoeren volgens het inspectieprotocol van het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap. Wie dat begrijpt, begrijpt meteen waarom een plaatsbezoek zo verloopt als het verloopt.
Vaststellen of bewijzen, een derde weg is er niet
De deskundige mag een bouwdeel maar gunstig inrekenen als hij het zelf kan vaststellen, bijvoorbeeld via een zichtbare isolatielaag op zolder of een kijkgat, of als je hem een aanvaard bewijsstuk voorlegt. Kan hij geen van beide, dan schrijft het protocol een standaardwaarde voor die is afgeleid van het bouwjaar, en die aanname is bewust ongunstig. Je krijgt dan een score alsof de isolatie er niet zit. Dat is geen fout van de deskundige en ook geen kwestie van onderhandelen: hij mag niet anders. Hoe een plaatsbezoek concreet verloopt en wat je vooraf regelt, staat bij hoe de aanvraag en het plaatsbezoek verlopen.
Waarom prijs en kwaliteit hier niet los van elkaar staan
De prijs van een EPC is niet gereglementeerd; elke deskundige bepaalt zijn eigen tarief. Een goedkoop uur werk lijkt aantrekkelijk tot je beseft dat een deskundige die snel door je woning gaat en je facturen niet doorneemt, sneller op standaardwaarden terugvalt. Het verschil tussen twee offertes is doorgaans kleiner dan het verschil dat één ontbrekend bewijsstuk in je score maakt. Vergelijk dus op wat er in de opdracht zit en niet enkel op het bedrag; de richtprijzen per woningtype staan bij wat een attest kost per woningtype. Heb je krap in de tijd omdat de verkoop al loopt, lees dan hoe snel een attest nodig hebben in de praktijk werkt.
4. Waarom een score onnodig laag uitvalt
Een op het oog teleurstellend label heeft in de praktijk zelden te maken met een slechte woning en vaak met een onvolledig dossier. De vier terugkerende oorzaken hieronder zijn allemaal te vermijden, en ze kosten je niets behalve een halve avond zoekwerk voor het plaatsbezoek.
De bewijsstukken die je vaak wel hebt maar niet klaarlegt
Facturen van isolatiewerken met vermelding van dikte en materiaal, de offerte of het lastenboek van een verbouwing, foto's van tijdens de werken, het technische fiche van je ketel of warmtepomp, en de EPB-aangifte bij een recentere woning: dat is het soort documenten dat een deskundige kan gebruiken. Vind je een factuur niet meer terug, vraag ze dan op bij de aannemer of de leverancier. Een aannemer die tien jaar geleden je dak isoleerde, heeft die factuur vaak nog in zijn boekhouding zitten.
| Bouwdeel | Bruikbaar bewijs | Gevolg zonder bewijs |
|---|---|---|
| Dakisolatie onder een afgewerkt plafond | Factuur met dikte en materiaal, foto's van de werken, kijkgat | Rekenen alsof het dak niet geïsoleerd is |
| Spouwmuurisolatie na-geïsoleerd | Factuur van de na-isolatie, attest van de uitvoerder | Standaardwaarde volgens bouwjaar, doorgaans ongunstig |
| Vloerisolatie op volle grond | Bouwplan, lastenboek, factuur | Aanname zonder isolatie |
| Beglazing en schrijnwerk | Factuur van de ramen, zichtbare afstandhouder of merktekens | Ongunstigste aanname voor het glastype |
| Ketel of warmtepomp | Technische fiche, factuur, typeplaatje op het toestel | Rendement volgens bouwjaar van het toestel |
| Zonnepanelen of zonneboiler | Factuur met vermogen, AREI-keuringsverslag | Installatie telt niet mee als opwekking |
Drie fouten die minder voor de hand liggen
Ten eerste: het plaatsbezoek laten doen terwijl de zolder vol staat, de kelder op slot zit of de technische ruimte onbereikbaar is. Wat de deskundige niet kan bekijken, kan hij niet in je voordeel inrekenen. Ten tweede: renoveren en daarna geen nieuw certificaat laten opmaken. Je oude attest blijft juridisch geldig maar toont nog het label van voor de werken, en zonder nieuw EPC bestaat je verbetering administratief niet. Ten derde: het certificaat pas bestellen als de woning al online staat. Dat levert tijdsdruk op precies op het moment dat je nog ontbrekende facturen zou moeten opsporen. Welke ingrepen daadwerkelijk zwaar doorwegen, lees je bij welke werken je energiescore het sterkst verlagen.
5. Wanneer een EPC verplicht is bij verkoop en verhuur
Een geldig EPC is verplicht per wooneenheid zodra je een woning publiek te koop of te huur aanbiedt. Het certificaat moet er dus zijn voordat de eerste advertentie verschijnt, niet pas bij de ondertekening van de akte. Vlaanderen.be somt daarbij ook een reeks uitzonderingen op, zoals een verkoop zonder schriftelijke publiciteit, woonboten, ongeschikt verklaarde woningen en vakantieverhuur van minder dan twee maanden.
De 2019-regel die je geldigheidsduur in de praktijk inkort
Hier zit een adder die veel eigenaars over het hoofd zien. Een EPC is tien jaar geldig, maar sinds 2022 moet het EPC bij een verkoop opgemaakt zijn in 2019 of later. Een attest uit 2018 is dus nog niet vervallen en toch niet bruikbaar om te verkopen. Voor verhuur ligt dat anders: daar mag een ouder certificaat nog gebruikt worden zolang het op het moment van de ondertekening van de huurovereenkomst geldig is. Wil je zeker weten waar je staat, controleer dan zowel de opmaakdatum als de vervaldatum; de details staan bij de geldigheidsduur en de vervaldatum controleren. Weet je niet of er al een certificaat bestaat, dan kun je een bestaand certificaat terugvinden via de woningpas, waar je met eID of itsme inlogt.
Ontbreekt het certificaat, dan kan er een boete volgen van 500 tot 5.000 euro, en Vlaanderen.be voegt er uitdrukkelijk aan toe dat betalen je niet vrijstelt: je moet het EPC alsnog laten opmaken. Daarbovenop geldt de advertentieplicht, want de energieprestatie van de wooneenheid moet vermeld worden in elke aankondiging voor verkoop of verhuur, in eender welk medium. De volledige uitwerking daarvan staat bij de regels bij verkoop en verhuur.
6. De renovatieverplichting: label D binnen zes jaar
Sinds 1 januari 2023 geldt in Vlaanderen een renovatieverplichting voor wie een residentieel gebouw met label E of F verwerft. De nieuwe eigenaar moet de woning binnen zes jaar naar minstens label D brengen en dat aantonen met een nieuw certificaat. Vlaanderen.be verduidelijkt dat die termijn loopt vanaf de datum van de authentieke akte of vanaf de vestiging van het opstal- of erfpachtrecht, en geeft zelf het voorbeeld van een akte op 1 februari 2023 met 1 februari 2029 als einddatum.

De verplichting hangt aan de overdracht, niet aan de verkoop alleen. Ze geldt ook bij schenking, bij inbreng en bij andere notariële overdrachten van volle eigendom, en bij het vestigen van een recht van opstal of erfpacht. Erf je een woning met label F, dan is de situatie dus niet automatisch dezelfde als bij een aankoop, en loont het om vooraf te laten nakijken welke akte precies de klok start. Wat de verplichting concreet betekent per situatie, staat op onze pagina over de renovatieplicht in detail.
Over het vervolg van dat traject is minder duidelijkheid dan de meeste artikels suggereren. De officiële Vlaanderen.be-pagina vermeldde bij onze controle op 11 augustus 2026 nog een verstrengingspad met label C vanaf 2028, label B vanaf 2035 en label A vanaf 2040 of 2045 naargelang het woningtype. Tegelijk melden meerdere sectorbronnen dat de Vlaamse Regering dat verstrengingspad geschrapt heeft en de verplichting bij label D houdt, en dat die beslissing nog in regelgeving verwerkt moet worden. Wat vandaag hoe dan ook vaststaat, is de verplichting zelf: label D binnen zes jaar. Op langere termijn plan je best niet op basis van een pad dat in beweging is, maar op basis van je gebouw. De volgorde die altijd standhoudt, is eerst de schil aanpakken via isoleren en wat dat per vierkante meter kost, en pas daarna installaties vervangen zoals bij overstappen op een warmtepomp.
7. Het EPC van je woning tegenover dat van de gemeenschappelijke delen
Voor appartementsgebouwen bestaan er twee soorten certificaten die elkaar niet vervangen. Het EPC van je eigen wooneenheid beoordeelt jouw appartement en is wat je nodig hebt om te verkopen of te verhuren. Het EPC van de gemeenschappelijke delen beschrijft het gebouw als geheel: dak, gevels, de gemeenschappelijke stookplaats, collectieve verwarming en de gedeelde leidingen.
Het onderscheid is meer dan administratief. Als individuele eigenaar kun je je schrijnwerk vervangen of je leidingen isoleren, maar je kunt in je eentje niets doen aan de dakisolatie of de collectieve ketel. Precies daarom is het certificaat van de gemene delen opgezet als instrument voor de vereniging van mede-eigenaars: het legt op tafel welke gebouwbrede ingrepen er nodig zijn, zodat de algemene vergadering erover kan beslissen. In de praktijk regelt de syndicus de opmaak. De verplichting kwam er gefaseerd naar gebouwgrootte: volgens de beroepsvereniging van vastgoedmakelaars golden er deadlines vanaf 1 januari 2022 voor gebouwen met vijftien of meer wooneenheden, vanaf 1 januari 2023 voor gebouwen met vijf tot veertien eenheden en vanaf 1 januari 2024 voor gebouwen met twee tot vier eenheden. Hoe de kost verdeeld wordt en wat de syndicus precies moet doen, lees je bij het certificaat van de gemene delen.
| Kenmerk | EPC van je wooneenheid | EPC gemeenschappelijke delen |
|---|---|---|
| Wat het beoordeelt | Jouw appartement of woning | Dak, gevels, stookplaats en gedeelde leidingen |
| Wie het laat opmaken | De eigenaar | De vereniging van mede-eigenaars, via de syndicus |
| Nodig om te verkopen of verhuren | Ja | Nee, het vervangt het individuele certificaat niet |
| Levert het een label op | Ja, van A+ tot F | Nee, het brengt gebouwdelen en ingrepen in kaart |
| Wie beslist over de werken | Jij alleen | De algemene vergadering van mede-eigenaars |
8. Wat je met het rapport doet nadat het klaar is
Veel eigenaars bekijken enkel de eerste bladzijde met het label en bergen de rest op. Daarmee gooi je het nuttigste deel weg. Achter het label zit een overzicht van alle vastgestelde bouwdelen met hun ingerekende waarde, plus een lijst met aanbevelingen. Dat overzicht is in feite een gratis diagnose van je woning, opgesteld door iemand die er is geweest.
Lees eerst de aannames, dan pas de aanbevelingen
Loop de lijst van bouwdelen na en zoek de posten waar met een standaardwaarde gerekend is. Elke regel waar staat dat er geen bewijs was, is een plek waar je woning mogelijk beter is dan het certificaat toont. Herken je daar een werk dat wel degelijk is uitgevoerd, dan is het de moeite om het bewijsstuk alsnog op te sporen en een nieuw certificaat te laten opmaken. Dat kost opnieuw geld, dus reken het door: een halve labelsprong die je bij verkoop of bij de renovatieverplichting van pas komt, weegt meestal ruim op tegen een tweede plaatsbezoek.
Van aanbevelingen naar een volgorde van werken
De aanbevelingen in het rapport zijn per ingreep opgesteld en houden geen rekening met je budget of met de volgorde waarin werken elkaar beïnvloeden. Die volgorde maak je zelf, en ze is bijna altijd dezelfde: eerst de grootste warmteverliezen wegnemen, dan pas de opwekking vervangen. Wie eerst een nieuwe installatie plaatst in een slecht geïsoleerde woning, koopt een te groot toestel dat nadien in deellast draait. Voor de opwekking zelf vergelijk je best de opties bij je verwarmingsinstallatie vervangen. Zelf opwekken en opslaan komt daarna aan bod, bijvoorbeeld met een thuisbatterij. En omdat elk van die werken subsidieerbaar kan zijn, check je de actuele stand bij de premies per gewest: de EPC-labelpremie zelf is sinds 1 januari 2026 volledig afgeschaft, met een overgangsregeling tot 30 juni 2026 voor wie zijn certificaat nog in 2025 liet opmaken.
9. EPC, EPB en asbestattest: drie documenten die vaak verward worden
Rond een verkoop komen verschillende attesten samen op tafel, en ze worden geregeld door elkaar gehaald. Het onderscheid is eenvoudig zodra je kijkt naar het moment waarop elk document ontstaat en naar wat het beoordeelt.
Het EPB, voluit energieprestatie en binnenklimaat, hoort bij nieuwbouw en ingrijpende renovatie. Het legt tijdens het bouwproces eisen op aan isolatie, ventilatie en installaties, en resulteert in een E-peil dat bij de aangifte wordt vastgelegd. Het EPC daarentegen beoordeelt een bestaand gebouw op het moment van verkoop of verhuur en resulteert in een energiescore met een label. Kort gezegd stuurt het EPB de bouw en beoordeelt het EPC het resultaat, jaren later en zonder dat de bouwers erbij zijn.
Het asbestattest staat daar helemaal los van: het gaat niet over energie maar over materiaalrisico. Volgens OVAM is het verplicht bij de verkoop van gebouwen van voor 2001 en is het in de regel tien jaar geldig, met als bredere doelstelling dat elke eigenaar van zo'n gebouw er tegen 2032 een heeft. Omdat beide plaatsbezoeken zich lenen tot combineren, laten veel eigenaars ze samen uitvoeren; hoe dat werkt, staat bij het asbestattest dat er bij oudere woningen bij hoort.
10. Wegwijs in de rest van deze gids
Deze pagina behandelt het certificaat als geheel. Elke deelvraag heeft een eigen pagina waar het onderwerp volledig wordt uitgewerkt, met de cijfers en procedures die daarbij horen. Hieronder staat per pagina wat je er vindt, zodat je meteen op de juiste plek terechtkomt.
- De waardetabel en de betekenis per label. Wat je score zegt over je woning en welke waarde als goed geldt, vind je bij wat je energiescore over je woning zegt.
- De verplichting na aankoop. Termijnen, uitzonderingen en de situatie bij schenking of erfenis staan bij renoveren na een aankoop met label E of F.
- Kostprijs en vergelijken. Richtprijzen per woningtype en waar je op let bij een offerte lees je bij de kostprijs van een attest vergelijken.
- Werken die je score verlagen. Welke ingrepen het zwaarst wegen en wat ze aan labelsprong opleveren, staat bij je label een categorie hoger krijgen.
- De aanvraag zelf. Bij wie je aanklopt en hoe het plaatsbezoek verloopt, lees je bij een energiedeskundige type A inschakelen.
- Een bestaand certificaat terugvinden. Inloggen op de woningpas en je attest raadplegen doe je via je attest raadplegen in de woningpas.
- Verplichtingen bij verkoop en verhuur. Vanaf welk moment, welke advertentieplicht en welke sancties: dat staat bij de advertentieplicht en de sancties.
- Haast bij een lopende verkoop. Wat een spoedopmaak wel en niet versnelt, lees je bij een spoedopmaak bij een lopende verkoop.
- Geldigheid en vervaldatum. Wanneer een nieuw certificaat nodig is, staat bij nagaan wanneer je certificaat vervalt.
- Het asbestattest ernaast. Voor woningen van voor 2001 combineer je beide keuringen; zie beide keuringen in één plaatsbezoek.
- Appartementsgebouwen. Wie het aanvraagt en hoe de kost verdeeld wordt, lees je bij wat de syndicus moet laten opmaken.
Veelgestelde vragen
Wat meet een EPC precies?
Het EPC beoordeelt de energieprestatie van het gebouw: de isolatie van dak, muren en vloeren, het type beglazing, de zuinigheid van de verwarming, de aanmaak van sanitair warm water, de ventilatie en eventuele hernieuwbare opwekking zoals zonnepanelen. Het resultaat is een berekende energiescore in kWh/m² per jaar, geen meting van je werkelijke verbruik.
Telt de staat van onderhoud of het comfort mee in de score?
Nee. Schilderwerk, afwerking, vochtproblemen, geluidsisolatie, huishoudtoestellen en verlichting spelen geen rol. Het rekenmodel gaat bovendien uit van een standaardgezin en een standaardklimaatjaar, waardoor ook je eigen verbruiksgedrag de score niet beïnvloedt. Twee identieke woningen krijgen hetzelfde label, ongeacht wie erin woont.
Welke energiescore hoort bij welk label?
A+ staat voor een score kleiner dan of gelijk aan 0 kWh/m² per jaar, A voor 0 tot 100, B voor 100 tot 200, C voor 200 tot 300, D voor 300 tot 400, E voor 400 tot 500 en F voor meer dan 500. De grenzen zijn hard, dus een verschil van enkele kilowattuur per vierkante meter kan een labelsprong opleveren.
Hoelang is een EPC geldig?
Een EPC van een bestaande woning is tien jaar geldig, en dat geldt volgens Vlaanderen.be ook voor het EPC Bouw voor residentiële eenheden. Voor niet-residentiële eenheden is het EPC Bouw vijf jaar geldig. Na een grondige renovatie laat je best een nieuw certificaat opmaken, want anders toont je attest nog het label van voor de werken.
Kan ik met een EPC uit 2018 nog verkopen?
Nee. Sinds 2022 moet het EPC voor de verkoop van een bestaande woning opgemaakt zijn in 2019 of later. Een attest uit 2018 is dus binnen zijn tienjarige geldigheidstermijn en toch onbruikbaar voor een verkoop. Voor verhuur mag een ouder certificaat wel nog gebruikt worden zolang het geldig is op het moment dat de huurovereenkomst getekend wordt.
Wat riskeer ik zonder geldig EPC bij verkoop of verhuur?
Vlaanderen.be vermeldt een boete van 500 tot 5.000 euro wanneer er geen EPC beschikbaar is, en voegt eraan toe dat de boete de verplichting niet opheft: je moet het certificaat alsnog laten opmaken. Daarnaast geldt de verplichting om de energieprestatie te vermelden in elke advertentie voor verkoop of verhuur, in eender welk medium.
Moet ik renoveren als ik een woning met label E of F koop?
Ja. Sinds 1 januari 2023 moet wie een residentieel gebouw met label E of F verwerft, dat binnen zes jaar naar minstens label D brengen en dat aantonen met een nieuw certificaat. De termijn loopt vanaf de datum van de authentieke akte of vanaf de vestiging van het opstal- of erfpachtrecht, en geldt ook bij schenking en andere notariële overdrachten van volle eigendom.
Vervangt het EPC van de gemeenschappelijke delen dat van mijn appartement?
Nee, de twee bestaan naast elkaar. Om je appartement te verkopen of te verhuren heb je een individueel EPC van je eigen wooneenheid nodig. Het certificaat van de gemeenschappelijke delen brengt het dak, de gevels, de stookplaats en de gedeelde leidingen in kaart en dient als basis voor beslissingen van de vereniging van mede-eigenaars.