1. Bestaat de premie voor zonnepanelen nog in 2026?
Het korte antwoord is nee, althans niet in de vorm die de meeste mensen zoeken. Voor een gezin dat vandaag zonnepanelen op een bestaande woning in Vlaanderen laat leggen, bestaat er geen premie meer die je achteraf kunt aanvragen en die geld op je rekening zet. De Vlaamse overheid zegt dat op haar pagina over steun voor zonnepanelen in een zin van zeven woorden: voor kleine installaties tot 10 kVA zijn er geen premies. Wat overblijft is geen premie maar een combinatie van een fiscaal voordeel, een goedkope lening en eventueel iets van je gemeente.
Dat is een ander antwoord dan wat veel bezoekers verwachten, en die verwachting is niet dom. Tot enkele jaren geleden was er wel degelijk een reeks van premies: een investeringspremie van Fluvius voor nieuwe installaties, groenestroomcertificaten, een terugdraaiende teller die als impliciete steun werkte, en tot slot de retroactieve investeringspremie als compensatie voor het verdwijnen van die teller. Die vier lagen zijn een voor een weggevallen, en de laatste laag viel pas eind 2025 weg. Wie in 2023 een buur hoorde vertellen over zijn premie, zoekt in 2026 nog altijd naar hetzelfde loket.
| Steunvorm | Status in 2026 | Sinds wanneer | Bron |
|---|---|---|---|
| Fluvius-premie voor nieuwe installaties | Bestaat niet meer | Stopgezet na 2023 | Vlaanderen.be, overzicht zonnepanelen |
| Retroactieve investeringspremie | Niet meer aan te vragen | Aanvraagtermijn liep tot 31 december 2025 | Fluvius, premiepagina |
| Groenestroomcertificaten Vlaanderen, woningen | Bestaat niet meer voor nieuwe installaties | Al langer afgebouwd | Vlaanderen.be |
| Btw-tarief van 6 procent | Bestaat nog, onder voorwaarden | Doorlopend voor woningen vanaf tien jaar | Rubriek XXXI, KB nr. 20; circulaire 2023/C/45 |
| Mijn VerbouwLening | Bestaat nog, zonnepanelen komen in aanmerking | Voorwaarden aangepast op 1 januari 2026 | Vlaanderen.be, Mijn VerbouwLening |
| Gemeentelijke premie | Kan bestaan, verschilt per gemeente | Geen uniforme regeling | Lokaal bestuur of Energiehuis |
| Vergoeding negatief saldo | Bestaat niet meer | Regeling liep tot en met 31 maart 2026 | Verzamelbesluit artikel 3.1.52 |
Waarom zoveel mensen nog naar een gesloten loket zoeken
Het zoekgedrag laat de sluiting van dat loket bijna grafisch zien. In onze eigen zoekwoordanalyse voor Belgie in het Nederlands, opgehaald bij DataForSEO in juli 2026, telt de groep termen rond de premie en de digitale meter vierentwintig varianten die samen op ongeveer 8.500 zoekopdrachten per maand uitkomen. De kopterm premie zonnepanelen digitale meter staat op 3.600 per maand met een jaartrend van min 98 procent. De variant retroactieve premie zonnepanelen staat op 1.900 met een jaartrend van min 99 procent.
Interessanter dan het gemiddelde is het maandprofiel. Diezelfde kopterm piekte in september 2025 op 33.100 zoekopdrachten, zakte naar 3.600 in december 2025 en stond in juni 2026 op twintig. Dat is het patroon van een deadline: eerst paniek, dan stilte. Slechts een term in de hele set stijgt nog, namelijk premie zonnepanelen 2026, en dat is precies de vraag van iemand die wil weten of er nog iets is. Die vraag verdient een eerlijk antwoord in plaats van een pagina die de oude bedragen nog eens herhaalt.
2. De retroactieve investeringspremie: wat het was en wanneer het sloot
Deze premie was geen beloning voor het plaatsen van panelen, maar een compensatie voor het verlies van iets anders. Wie voor 2021 zonnepanelen legde, rekende af met een terugdraaiende teller: je meter liep achteruit wanneer je meer produceerde dan verbruikte, wat neerkwam op een zeer gunstige vorm van verrekening. Toen die teller werd afgeschaft en iedereen naar een digitale meter ging, kregen de getroffen eigenaars een eenmalig bedrag om het verschil op te vangen. Daarom heette ze retroactief: ze keek terug naar een investering die je al gedaan had.
Volgens de premiepagina van Fluvius kwamen installaties in aanmerking die in dienst werden genomen tussen 1 januari 2006 en 31 december 2020, met een vermogen van maximaal 10 kilowattpiek. De aanvraag moest binnen zes maanden na de plaatsing van je digitale meter gebeuren, en in geen geval later dan 31 december 2025. Op diezelfde pagina staat vandaag de zin die alles beslist: je kan deze premie niet meer aanvragen. VRT NWS meldde op 1 december 2025 dat Fluvius de eigenaars die nog in aanmerking kwamen actief had aangeschreven, wat de piek in het zoekverkeer van dat najaar mee verklaart.
De uitzondering tot 31 maart 2026 was geen verlenging
Er circuleert een datum van 31 maart 2026 die door sommige sites wordt gepresenteerd als een tweede kans. Dat klopt niet, en het verschil is voor een lezer met geld op het spel behoorlijk groot. De uitzondering gold voor dossiers waarin Fluvius had vastgesteld dat er eerst saneringswerken aan de meterinstallatie nodig waren, bijvoorbeeld het wegnemen van asbest of het aanpassen van de elektrische aansluiting. In die gevallen zou de digitale meter ten laatste op 31 maart 2026 geplaatst worden, waarna Fluvius de reeds ingediende aanvraag verder behandelde.
De sleutel zit in dat woord reeds. Ook wie onder deze uitzondering viel, moest zijn premieaanvraag al voor 1 januari 2026 hebben ingediend. De datum van 31 maart 2026 sloeg dus op de plaatsing van de meter door Fluvius, niet op de indiening door de klant. Wie in maart 2026 voor het eerst van deze premie hoorde en toen pas iets wou indienen, viel er buiten. Dat is een hard gegeven, maar het is beter om dat hier te lezen dan om er een offerte op te baseren.
Hoeveel de premie bedroeg
De bedragen waren niet vast, maar afhankelijk van twee jaartallen: het jaar waarin je installatie in dienst kwam en het jaar waarin je digitale meter geplaatst werd. Fluvius hanteerde volgens zijn premiepagina bedragen die liepen van 12 tot 436 euro per kilowattpiek, met een maximum van 10 kilowattpiek dat in aanmerking kwam. De logica daarachter was dat een installatie uit een jaar met veel andere steun minder compensatie nodig had dan een installatie uit een jaar met weinig steun.
Dat verklaart ook een bron van veel teleurstelling in 2025. Fluvius geeft aan dat installaties uit de periode 2007 tot 2013 in de praktijk vaak op nul euro uitkwamen, omdat die installaties via de toenmalige groenestroomcertificaten en de terugdraaiende teller al voldoende rendement hadden gehaald. Wie in die jaren panelen legde en op basis van een online rekentool op een mooi bedrag hoopte, kreeg regelmatig een afwijzing die formeel correct was. Wil je begrijpen hoe je installatie vandaag afrekent, dan is de werking van de digitale meter een nuttiger vertrekpunt dan de oude premietabellen.
| Datum | Wat er veranderde | Gevolg voor gezinnen |
|---|---|---|
| Tot en met 31 december 2020 | Laatste periode van indienstname die recht gaf op de retroactieve premie | Latere installaties vielen er per definitie buiten |
| Vanaf 1 januari 2021 | Start van de eenmalige investeringspremie voor nieuwe installaties | Deze premie werd later stopgezet |
| Na 2023 | Premie voor nieuwe particuliere installaties stopgezet | Nieuwe panelen krijgen geen premie meer |
| 31 december 2025 | Laatste dag om de retroactieve investeringspremie aan te vragen | Het loket sloot definitief |
| 1 januari 2026 | Aangepaste voorwaarden van Mijn VerbouwLening | Lagere rente voor de laagste inkomenscategorieen |
| 31 maart 2026 | Uiterste plaatsingsdatum voor digitale meters in saneringsdossiers | Enkel voor wie al voor 1 januari 2026 had ingediend |
| 1 april 2026 | Einde van de vergoeding en overzetting van een negatief saldo | Opgebouwd overschot gaat niet meer mee |
3. De Fluvius-premie voor nieuwe installaties is al langer weg
Naast de retroactieve premie bestond er een tweede, volledig aparte premie die vaak met de eerste wordt verward. Dat was de eenmalige investeringspremie voor wie vanaf 1 januari 2021 een nieuwe fotovoltaische installatie in dienst nam. Zij was bedoeld om de overgang naar het nieuwe afrekeningssysteem aantrekkelijk te houden nu de terugdraaiende teller wegviel. Die premie werd na 2023 stopgezet voor nieuwe particuliere installaties, en de Vlaamse overheid vermeldt ze op haar overzichtspagina intussen expliciet als stopgezet.
Deze verwarring is niet toevallig, want ook de zoekwoorden lopen door elkaar. In onze analyse staat fluvius premie zonnepanelen op 880 zoekopdrachten per maand met een jaartrend van min 81 procent, en fluvius premie zonnepanelen digitale meter op 390 met min 78 procent. Mensen gebruiken de naam van de netbeheerder als synoniem voor het begrip premie, ook wanneer ze eigenlijk de retroactieve compensatie bedoelen. Voor de praktijk maakt het weinig uit: geen van beide Fluvius-premies staat vandaag nog open voor een gezin dat nieuwe panelen laat plaatsen.
Er is wel een pijnlijk detail dat de verwarring in stand houdt. De pagina van Fluvius over de premie voor zonnepanelen staat in de zoekresultaten nog altijd hoog, en draagt in Google een datumstempel van 1 januari 2021 met de tekst dat je vanaf die datum in aanmerking kunt komen voor een eenmalige premie. Wie enkel dat fragment leest, concludeert redelijkerwijs dat de premie nog loopt. Dat is precies het soort verouderde signaal waar we verderop op deze pagina een herkenningsregel voor geven.
4. Mijn VerbouwLening: geen premie, wel goedkoper geld
De belangrijkste Vlaamse maatregel die wel nog openstaat, is geen premie maar een lening. Mijn VerbouwLening is een renovatiekrediet via het Energiehuis van je gemeente, en de Vlaamse overheid bevestigt op haar eigen pagina twee dingen die hier tellen: je kunt tot 60.000 euro aanvragen, en investeringen die de energieprestatie verbeteren komen in aanmerking, met zonnepanelen daar uitdrukkelijk bij. Dat is een reeel voordeel, want je vervangt duurder consumentenkrediet door goedkoper geld, maar het is geen subsidie. Je betaalt het volledige bedrag terug.
Vanaf 1 januari 2026 zijn de voorwaarden van de lening afgestemd op die van Mijn VerbouwPremie, en werd de rente verlaagd voor de laagste inkomens. Volgens Solar en Storage Magazine bedraagt de rentevoet sindsdien 1,5 procent voor inkomenscategorie 2, 0,5 procent voor categorie 3 en 0 procent voor categorie 4, tegenover een wettelijke rentevoet van 4,5 procent. Wij konden die percentages niet terugvinden op de pagina van de Vlaamse overheid zelf, die enkel naar de simulator verwijst. Beschouw ze dus als indicatief en laat je exacte tarief bevestigen door je Energiehuis voor je een contract tekent.
Voor wie de lening bedoeld is
Mijn VerbouwLening is niet voor iedereen toegankelijk, en dat is een wezenlijk verschil met het btw-tarief. De regeling richt zich op eigenaar-bewoners in de inkomenscategorieen 2, 3 en 4, op verhuurders die via een woonmaatschappij verhuren, op verenigingen van mede-eigenaars en op niet-commerciele rechtspersonen. Wie in de hoogste inkomenscategorie zit, valt er in de regel buiten. De precieze inkomensgrenzen wijzigen periodiek en staan in de simulator van de Vlaamse overheid, dus die controleer je best op het moment van aanvragen.
Praktisch verloopt de aanvraag via het Energiehuis dat aan jouw gemeente is gekoppeld, niet via je bank en niet via je installateur. Reken op een dossier met offertes, een bewijs van eigendom of bewoning en een inkomensattest. Omdat de lening en de premies voor andere werken sinds 2026 dezelfde voorwaarden delen, is het zinvol om meteen naar het bredere plaatje te kijken: ons overzicht van de Vlaamse steun voor energiewerken zet naast elkaar welke ingrepen wel nog een echte premie krijgen, zoals isolatie of een warmtepomp.
5. Het btw-tarief van 6 procent is de grootste overblijvende korting
Voor de meeste gezinnen is dit vandaag het enige mechanisme dat de factuur echt verlaagt, en het scheelt meer dan de oude premies deden. Het verschil tussen 21 en 6 procent btw bedraagt vijftien procentpunt op de volledige installatie, inclusief materiaal en plaatsing. Op een installatie van tienduizend euro exclusief btw is dat een verschil van vijftienhonderd euro. Anders dan een premie moet je er niets voor aanvragen: je installateur past het tarief toe op de factuur, mits aan de voorwaarden voldaan is.
Het tarief steunt op rubriek XXXI van tabel A bij koninklijk besluit nummer 20, verduidelijkt in circulaire 2023/C/45 van de belastingadministratie. De kernvoorwaarde is de ouderdom van de woning: de eerste ingebruikname moet minstens tien jaar voor de datum van de factuur liggen. Daarnaast moet de woning hoofdzakelijk als privewoning gebruikt worden, wat in de praktijk betekent dat het privegebruik meer dan de helft bedraagt. De factuur moet op naam staan van de eigenaar, huurder of gebruiker.
De voorwaarde die het vaakst misloopt
De voorwaarde waar dossiers in de praktijk op stranden, is niet de ouderdom maar de manier van factureren. Levering en plaatsing moeten door dezelfde aannemer gebeuren en als een geheel gefactureerd worden. Koop je de panelen zelf online en laat je ze door iemand anders leggen, dan valt de aankoop van het materiaal buiten het verlaagde tarief. Dat is een klassieke valkuil bij wie probeert te besparen door zelf in te kopen: de vermeende winst op de materiaalprijs verdampt tegen de vijftien procentpunt extra btw.
| Situatie | Tarief | Toelichting |
|---|---|---|
| Woning in gebruik genomen meer dan tien jaar voor de factuurdatum | 6 procent | Basisregel van rubriek XXXI, KB nr. 20 |
| Nieuwbouw of woning jonger dan tien jaar | 21 procent | Valt buiten de renovatieregeling |
| Panelen zelf aangekocht, plaatsing door een derde | 21 procent op het materiaal | Levering en plaatsing zijn dan geen geheel |
| Pand met overwegend beroepsgebruik | 21 procent | Privegebruik moet meer dan de helft zijn |
| Gemengd gebruik met overwegend privegebruik | 6 procent op het geheel | Beoordeling gebeurt op het hoofdgebruik van de woning |
Omdat het btw-voordeel op de aankoopprijs zit en niet op de opbrengst, telt het meteen mee in je terugverdientijd. Hoe die berekening in 2026 uitpakt zonder premie, werken we uit in ons overzicht van wat een installatie vandaag kost, en het rendement zelf komt aan bod bij de jaarlijkse opbrengst per kilowattpiek.
6. Gemeentelijke premies: het enige loket dat nog echt kan openstaan
Naast de gewestelijke maatregelen bestaat er een laag die makkelijk over het hoofd wordt gezien, namelijk de steun van je eigen gemeente. Sommige Vlaamse gemeenten en steden houden een eigen budget aan voor duurzame investeringen, en zonnepanelen kunnen daar onder vallen. Anders dan bij de gewestelijke premies is er geen uniforme regeling: elke gemeente bepaalt zelf of ze iets geeft, hoeveel, onder welke voorwaarden en tot wanneer het budget strekt.
Wij hebben bewust geen bedragen van individuele gemeenten in deze pagina gezet. De reden is dat gemeentelijke reglementen jaarlijks wijzigen, dat budgetten in de loop van het jaar uitgeput raken en dat een bedrag dat vandaag klopt voor de ene gemeente over drie maanden nergens meer klopt. Een lijst met gemeentenamen en bedragen leest prettig, maar is precies het type informatie dat deze pagina wil vermijden. Wat wel bruikbaar is, is de route ernaartoe.
Waar je gemeentelijke steun opzoekt
De betrouwbaarste weg loopt via drie kanalen. Ten eerste de website van je eigen gemeente onder de noemer duurzaamheid, wonen of milieu, waar het premiereglement in principe als document staat. Ten tweede het Energiehuis dat aan je gemeente gekoppeld is, dat sowieso je aanspreekpunt is voor Mijn VerbouwLening en dat de lokale reglementen kent. Ten derde de premiezoekers die op basis van je postcode zoeken, met de kanttekening dat je de gevonden premie altijd nog bij de gemeente zelf bevestigt voor je erop rekent.
Let bij een gemeentelijke premie op drie voorwaarden die vaak terugkomen: een aanvraagtermijn die start bij de factuurdatum en soms kort is, een plafond dat aan het aantal kilowattpiek of aan een percentage van de factuur hangt, en de eis dat de installatie door een erkend installateur is geplaatst en correct is aangemeld bij de netbeheerder. Die aanmelding is trouwens los van elke premie verplicht, dus die stap sla je in geen geval over.
7. Steun voor zonnepanelen in Wallonie en Brussel
Energiebeleid is in Belgie gewestelijke materie, en dat betekent dat de premievraag drie verschillende antwoorden heeft naargelang je adres. Wie in Vlaanderen woont en een Waalse of Brusselse bron leest, of omgekeerd, komt daardoor makkelijk op een verkeerd spoor. Het loont dus om eerst vast te stellen in welk gewest de woning ligt en pas daarna naar bedragen te kijken. Onderstaande vergelijking zet de drie situaties naast elkaar zoals ze in augustus 2026 zijn.
Wallonie
In Wallonie is de situatie voor woningen vergelijkbaar met die in Vlaanderen. Meerdere Waalse overzichtsbronnen melden in 2026 overeenstemmend dat er geen directe premie meer is voor nieuwe residentiele fotovoltaische installaties, dat de Qualiwatt-premie verdwenen is en dat groenestroomcertificaten niet meer worden toegekend voor residentiele installaties tot ongeveer 10 kilowattpiek die na 31 december 2023 in dienst zijn genomen. Wij konden die stopzetting niet rechtstreeks op een overheidspagina van energie.wallonie.be bevestigen, dus controleer dat bij het Waalse energieloket voor je een investeringsbeslissing neemt.
Wat in Wallonie wel overblijft, lijkt sterk op het Vlaamse pakket: een renteloze renovatielening bekend als de Renopret, hetzelfde federale btw-tarief van 6 procent omdat btw een federale bevoegdheid is, een vergoeding voor de elektriciteit die je injecteert, en mogelijke gemeentelijke steun. Dezelfde bronnen melden daarnaast dat sinds 1 januari 2026 nieuwbouw in Wallonie minstens vijfendertig procent hernieuwbare energie moet integreren, waardoor panelen daar eerder een verplichting dan een gesubsidieerde keuze worden.
Brussel
Brussel is het enige gewest waar een nieuwe woninginstallatie nog steeds een vorm van productiesteun krijgt, via groenestroomcertificaten. Leefmilieu Brussel meldt twee concrete wijzigingen voor 2026. Vanaf 1 januari 2026 moet elke nieuwe installatie tot 5 kilowattpiek door een installateur met een RESCert-certificaat geplaatst zijn om nog certificaten te kunnen krijgen. Vanaf 1 april 2026 dalen de toekenningscoefficienten voor grotere installaties, terwijl er voor installaties tot 5 kilowattpiek niets verandert.
De daling loopt op met de grootte: elf procent minder voor installaties van 5 tot 36 kilowattpiek, vijfenveertig procent minder voor 36 tot 100 kilowattpiek, en boven 100 kilowattpiek worden er geen certificaten meer toegekend. Leefmilieu Brussel geeft aan dat de terugverdientijd voor de betrokken installaties op zeven jaar vastgeklikt blijft. De opbrengst per certificaat konden wij op die pagina niet terugvinden, en omdat de marktwaarde schommelt verwijzen we daarvoor naar de regulator Brugel in plaats van hier een bedrag te noemen.
| Maatregel | Vlaanderen | Wallonie | Brussel |
|---|---|---|---|
| Directe premie bij plaatsing | Nee | Nee, volgens Waalse overzichtsbronnen | Nee, wel certificaten |
| Groenestroomcertificaten voor nieuwe woninginstallaties | Nee | Nee voor installaties na 31 december 2023 | Ja, tot 5 kilowattpiek ongewijzigd in 2026 |
| Btw-tarief van 6 procent | Ja, federale regeling | Ja, federale regeling | Ja, federale regeling |
| Goedkope renovatielening | Mijn VerbouwLening | Renopret | Regionale kredietformules |
| Verplichte certificering installateur | Niet als premievoorwaarde | Verplichting gemeld vanaf 1 januari 2026 | RESCert vanaf 1 januari 2026 voor certificaten |
8. Wat er op 1 april 2026 veranderde aan je saldo
Er is nog een datum in 2026 die vaak in dezelfde adem met de premie wordt genoemd, en die verdient een aparte behandeling omdat ze een andere groep raakt. Wie nog een terugdraaiende teller had, kon in de loop der jaren een negatief saldo opbouwen: er was meer geproduceerd dan verbruikt, en die tegoedstand stond op de meter. Bij de overstap naar een digitale meter was de vraag altijd wat er met dat opgebouwde overschot gebeurde.
De Vlaamse regeling waarbij dat saldo werd vergoed of administratief werd overgezet naar de nieuwe meter, gold tot en met 31 maart 2026. Dat is vastgelegd in het Verzamelbesluit onder artikel 3.1.52. Concreet: kreeg je je digitale meter voor 1 april 2026, dan werd je saldo nog meegenomen door de startindexen aan te passen. Vanaf 1 april 2026 gebeurt dat niet meer en krijg je er ook geen vergoeding meer voor. Het gaat hier dus niet om een premie maar om een verrekening, al voelt het verlies voor de betrokkene hetzelfde.
Voor wie vandaag panelen heeft of overweegt, betekent dit dat de volledige afrekening nu op injectie en afname draait, plus het vermogenstarief op je netfactuur. Dat maakt twee andere onderwerpen belangrijker dan de premievraag: wat je leverancier betaalt voor wat je injecteert, en hoe je piekvermogen je netkosten stuurt. Wij behandelen die apart bij de vergoeding voor injectie per leverancier en bij de berekening van het capaciteitstarief.
9. Hoe je herkent dat een bron over premies verouderd is
Omdat het premielandschap in drie jaar tijd vier keer is gewijzigd, staat het internet vol met pagina's die op het moment van schrijven correct waren en het nu niet meer zijn. Dat is zelden kwade wil, maar het effect op een lezer die een investering plant is hetzelfde. Onderstaande signalen halen de meeste verouderde bronnen er in een halve minuut uit, zonder dat je de regelgeving zelf hoeft te kennen.
Het eerste signaal is de zichtbare datum. Zoekresultaten tonen vaak een publicatiedatum, en die van de officiele Fluvius-pagina over de premie voor zonnepanelen staat op 1 januari 2021. Het tweede signaal is de formulering in de tegenwoordige tijd bij een gesloten regeling, bijvoorbeeld een zin die zegt dat je in aanmerking kunt komen zonder een einddatum te noemen. Het derde signaal is een rekenmodule die je nog een bedrag laat berekenen voor de retroactieve premie: die tools zijn technisch nog online, maar er hangt geen loket meer achter.
Drie controlevragen bij elke premiepagina
Stel jezelf bij elk premieartikel dezelfde drie vragen. Noemt de bron een einddatum of enkel een startdatum? Een regeling zonder vermelde einddatum is verdacht in een domein waar bijna alles een einddatum heeft gekregen. Verwijst de bron naar de instantie die de premie effectief uitbetaalt, dus Fluvius, het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap of je gemeente, of alleen naar zichzelf? En staat er ergens een bedrag zonder dat erbij vermeld wordt uit welk jaar het komt?
Een laatste praktische regel: controleer premie-informatie altijd bij de uitbetalende instantie voor je een offerte tekent, niet erna. Een installateur die in zijn offerte een premie in mindering brengt, moet die premie kunnen benoemen met naam en aanvraagloket. Kan hij dat niet, dan is de kans reeel dat het om een verouderd verkoopargument gaat. Datzelfde geldt trouwens voor de steun voor een thuisbatterij, waar de Vlaamse premie eveneens is stopgezet maar nog vaak in verkoopgesprekken opduikt.
10. Wat je nu concreet kunt doen

De vraag verschuift van hoe vraag ik een premie aan naar welke stappen leveren mij nog geld op. Dat zijn er in Vlaanderen drie, en ze staan hieronder in de volgorde waarin je ze best neemt. Belangrijk is dat de eerste stap voor de bestelling gebeurt, want een btw-tarief corrigeer je achteraf niet zomaar en een lening die pas na de werken wordt aangevraagd, is meestal niet meer bruikbaar voor die werken.
Stap voor stap
Begin bij het btw-tarief. Ga na wanneer je woning voor het eerst in gebruik is genomen en of dat minstens tien jaar voor de vermoedelijke factuurdatum ligt. Vraag vervolgens aan elke installateur die je een offerte bezorgt om levering en plaatsing als een geheel te factureren, en laat het toegepaste tarief expliciet op de offerte zetten. Vergelijk offertes altijd op het bedrag inclusief btw, want een offerte met 21 procent en een offerte met 6 procent zijn exclusief btw niet vergelijkbaar.
Ga daarna na of Mijn VerbouwLening voor jou openstaat, via het Energiehuis van je gemeente. Doe dat voor je de bestelling plaatst, want de aanvraag vraagt offertes en een inkomensdossier. Vraag in datzelfde gesprek meteen of je gemeente een eigen premie heeft en of het budget van dit jaar nog niet uitgeput is. Dat ene telefoongesprek dekt zo twee van de drie overblijvende sporen af.
Zorg tot slot dat de installatie na plaatsing correct wordt aangemeld bij de netbeheerder. Die aanmelding staat los van elke premie en is verplicht, en ze bepaalt mee hoe je installatie in het meetsysteem terechtkomt. Wie daarna wil weten of het geheel financieel klopt, kijkt best naar de twee variabelen die vandaag het meeste wegen: je eigen verbruiksprofiel en je contract. Voor het eerste helpt onze uitleg over het juiste aantal panelen voor jouw verbruik, voor het tweede loont het om je energiecontract te vergelijken, omdat de injectievergoeding per leverancier verschilt.

Een korte noot over de verplichting van 1 april 2026
Tot slot een verduidelijking die verwarring kan voorkomen, want er is in 2026 wel degelijk iets nieuws rond zonnepanelen ingegaan. Vanaf 1 april 2026 geldt in Vlaanderen een verplichting om zonnepanelen te plaatsen, maar die is gericht op grootverbruikers en niet op gezinnen. Volgens verschillende gespecialiseerde bronnen ligt de drempel voor de meeste organisaties op een jaarverbruik van meer dan 1 gigawattuur, en voor publieke organisaties op 250 megawattuur, gerekend per afnamepunt.
Voor een gewone woning verandert er door die maatregel niets. We vermelden ze hier omdat berichten over verplichte zonnepanelen in het voorjaar van 2026 breed circuleerden en makkelijk gelezen worden als iets wat ook op gezinnen slaat. Wie een woning heeft, blijft vrij om te kiezen, en die keuze hangt in 2026 niet meer af van een premie maar van de prijs, het eigen verbruik en de vergoeding voor injectie.
Veelgestelde vragen
Bestaat de premie voor zonnepanelen nog in 2026?
Nee, niet in Vlaanderen voor een gewone woninginstallatie. De Vlaamse overheid vermeldt op haar pagina over steun voor zonnepanelen dat er voor kleine installaties tot 10 kVA geen premies zijn. Wat overblijft is het btw-tarief van 6 procent, Mijn VerbouwLening en eventueel een premie van je gemeente.
Kan ik de retroactieve investeringspremie nog aanvragen?
Nee. Fluvius vermeldt op de pagina van die premie dat je ze niet meer kunt aanvragen. De uiterste aanvraagdatum was 31 december 2025, en de aanvraag moest daarnaast binnen zes maanden na de plaatsing van je digitale meter gebeuren.
Wat betekent de datum van 31 maart 2026 dan?
Die datum sloeg op dossiers waarin eerst saneringswerken aan de meterinstallatie nodig waren. Fluvius zou de digitale meter dan ten laatste op 31 maart 2026 plaatsen en daarna de aanvraag behandelen. Ook in die gevallen moest de aanvraag al voor 1 januari 2026 ingediend zijn, dus het was geen tweede kans.
Hoeveel bedroeg de retroactieve premie?
Volgens Fluvius liepen de bedragen van 12 tot 436 euro per kilowattpiek, afhankelijk van het jaar van indienstname en het jaar waarin de digitale meter geplaatst werd. Er kwam maximaal 10 kilowattpiek in aanmerking. Installaties uit de periode 2007 tot 2013 kwamen vaak op nul euro uit.
Wanneer krijg ik 6 procent btw op zonnepanelen?
Als de woning voor het eerst in gebruik is genomen minstens tien jaar voor de factuurdatum, ze hoofdzakelijk prive gebruikt wordt en dezelfde aannemer de panelen levert en plaatst en dat als een geheel factureert. De regeling staat in rubriek XXXI van tabel A bij koninklijk besluit nummer 20.
Kan ik zonnepanelen financieren met Mijn VerbouwLening?
Ja. De Vlaamse overheid geeft op haar pagina over Mijn VerbouwLening aan dat je tot 60.000 euro kunt aanvragen en dat investeringen die de energieprestatie verbeteren in aanmerking komen, met zonnepanelen daar uitdrukkelijk bij. Je vraagt de lening aan via het Energiehuis van je gemeente.
Is er nog steun voor zonnepanelen in Wallonie of Brussel?
In Wallonie melden meerdere overzichtsbronnen dat er geen directe premie of groenestroomcertificaten meer zijn voor nieuwe woninginstallaties. Brussel kent nog wel certificaten toe, en volgens Leefmilieu Brussel verandert er voor installaties tot 5 kilowattpiek in 2026 niets aan de toekenning.
Wat gebeurt er sinds 1 april 2026 met mijn negatief saldo?
Dat wordt niet meer vergoed en ook niet meer overgezet naar je digitale meter. De Vlaamse regeling gold tot en met 31 maart 2026 en is vastgelegd in het Verzamelbesluit onder artikel 3.1.52. Wie zijn digitale meter voor 1 april 2026 kreeg, viel nog onder de oude regeling.
